Damespad NH Enkhuizen Stadswandeling

Voorafgaande aan Ladies Day 2013 laten Greet en Rita aan 15 belangstellende vrouwen hun geboorteplaats Enkhuizen zien. Een stukje vrouwengeschiedenis.
De wandeling begint in het oude NS station:  In 1885 werd dit prachtige station gebouwd, waarvan een kopie in Madurodam staat. We zijn nu in de derde klas wachtkamer van het station. De stationsrestauratie is nog precies hetzelfde gebleven maar dan zonder loketjuffrouw.

Rita: Enkhuizen is een en al historie. De geschiedenis begint al rond het jaar 1000 en is ontstaan uit 2 nederzettingen: Gommerkerspel, de boeren landinwaarts en Enkhuizen rond de Zuiderzeekust. De vissershoek. Ooit zat West-Friesland vast aan Friesland. De VOC tijd (van 1600 – 1800) heeft Enkhuizen rijk gemaakt. Rond 1625 was Enkhuizen met 22.000 inwoners één van de vier grote steden van Holland. Helaas voor Enkhuizen verhuisden de kooplieden in de tweede helft van de Gouden Eeuw naar Amsterdam en nam de bevolking dramatisch af, tot 5000 inwoners. Armoe troef. Eind 19e eeuw ging Enkhuizen weer groeien. De zaadteelt en -handel brachten weer werk en welvaart in de stad. Toen kwam ook de trein met de veerboten naar Urk en Stavoren, als een soort NS-verbinding over het water. De welvaart neemt toe.  Het gereedkomen van de afsluitdijk in 1932 werd een nieuwe dip. Het zoute water werd zoet en de haringvangst werd vervangen door de paling. Ook dat is bijna verleden tijd. De vissersbootjes maken plaats voor de pleziervaart en brengen vele toeristen naar Enkhuizen. Nu heeft Enkhuizen weer ca 20.000 inwoners, maar de omslag van vissersstadje tot toeristenstad is nog niet gemaakt en de middenstand heeft het moeilijk”.

Rita: Je kunt op vele manieren beroemd worden maar Margaretha Maria Snouck van Loosen is vooral bekend geworden vanwege haar nalatenschap. Ze stierf ongehuwd en kinderloos.  De Snouck van Loosenfamilie  was een zeer rijke familie. De rijkdom werd vergaard in de VOC en de WIC tijd en kwam Enkhuizen zeer ten goede. Uit haar nalatenschap werd een park, een ziekenhuis, een kerk annex naai/breischool voor meisjes en een verzorgingshuis voor oude dames  gesticht. Het woonpark staat nog altijd te boek als een van de vroegste sociale woningbouwprojecten. Het verzorgingstehuis wacht nu op een nieuwe bestemming. In het schild van het verzorgingstehuis staat het nieuwsgierig Aagje van Enkhuizen afgebeeld. Nu gluren andere Aagjes even naar binnen.

De Drommedaris werd in 1540 gebouwd als onderdeel van de stadsmuur als beveiliging. Zicht op het meest gefotografeerde plekje van Enkhuizen, de Bocht, het Spuihuisje en de Zuiderhavendijk, de eerste haven van Enkhuizen.  Rita: in de Bocht stond de bakkerij annex geboortehuis van mijn moeder. Hier had mijn oma een  koek- en snoepwinkel. 5 bakkers zijn later gefuseerd in de Enkhuizer Banket en beschuitfabriek. Het koekje bij de koffie was in mijn familie altijd een Enkhuizer jodenkoek.  Ik laat jullie er graag eentje proeven.

Het stadhuis van Enkhuizen is gebouwd in 1688, door Steven Vennekool. Op het balkon,  waarop ooit Wilhelmina gezwaaid heeft, een opengeslagen boek. Dit herinnert aan de stadsrechten die Enkhuizen al in 1356 kreeg van Willem V. Veel Enkhuizers stonden hier eens op de stoep van het stadhuis en wij nu ook.  Het kanon, het Rode Paert, is een oorlogstrofee van Enkhuizer vissers. Marion, Greet en Rita komen weer even terug in hun kinderjaren.

Geboortehuis met een verborgen geschiedenisOuderlijk huis van Rita Monumentale gebouwen als de Zuiderkerk, Waaggebouw, Westerkerk met de houten klokkentoren, het oude weeshuis, de Munt, de Karnemelksluis met de vele stegen en steigers en tenslotte de Van Bleiswijkstraat. Rita: “Hier staat mijn geboortehuis, annex timmerfabriek v/h Jb Zwaan. Nu winkel. Gebouwd door mijn opa Zwaan. Wij woonden boven de timmerzaak. Het grachtje was in mijn jeugd al gedempt. Bovenin het raampje van het kamertje van Joodse onderduikers, met een dubbel schot achterin de kledingkast voor ernstige bedreigingen. Ze overleefden”.
De Boerenhoek. Op een verrassend leuk binnenplaatsje is het tijd voor een koele drank. Daarna duiken we de Boerenhoek in. We zien het geboortehuis van Greet, de oude grachtjes met veldersschuiten en schuitenhuizen, oude tuinhuizen met weelderige tuinen, die soms te bezichtigen zijn, maar nu niet. Via de Oude Gouwsboom, (een waterpoort) en de vestingwallen komen we uit op de begraafplaats.

Twee rozen voor als eerbetoon aan twee vrouwen die de moed hadden samen hun eigen weg te banen.

Op de begraafplaats liggen twee vrouwen naast elkaar begraven: Jo Gramberg (een begaafd violiste)  en Mien Vlasveld.  Rita: In Enkhuizen werd altijd gesproken over Jo Gramberg en haar huishoudster. Mien overleed in 1992. Toen ook Jo overleed (1999) werd een tweede identieke grafsteen geplaatst. Het bleek hun coming-out te zijn. Zij bewoonden een groot huis dat van twee panden tot 1 pand gemaakt was, met een geheel eigen voorgevel. Hun gezamenlijk woning werd aan Stadsherstel Enkhuizen nagelaten, onder voorwaarden dat het pand gerestaureerd zou worden. Daarom twee rozen als eerbetoon aan deze twee Enkhuizerse vrouwen die de moed hadden samen hun eigen weg te banen.

 

Jo Gramberg en Mien Vlasveld, een dierbare, onvergetelijke herinnering!
Bert Maring te Enkhuizen heeft mooie herinneringen aan de Dames Gramberg en Vlasveld.

Jo en Mien hebben een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Vanuit de gereformeerde kerk ben ik in 1990 – tot 2001 – lid geworden van de Doopsgezinde Gemeente te Enkhuizen. Mien liep, (bijna 100 jaar oud!) nogal moeilijk. Dus liepen wij zondags naar de overkant om haar te helpen ter kerke te gaan. Jo speelde in de doopsgezinde kerk al jaren op het orgel. Ik had zelf orgelspelen als hobby maar gereformeerden hadden altijd genoeg organisten, dus voor mij bestond daar geen enkele kans op voor amateurs als ik. Jo was toen ik lid werd van de doopsgezinde gemeente al meer dan 90 jaar oud en wou nu toch wel eens stoppen als organist. Ze hoorde enige keren mijn “kunsten” aan en vroeg mij op een bepaald moment en volkomen onverwacht, bovendien tot mijn grote verbijstering en verrassing, of ik haar taak wou overnemen. Welnu, groter criticus en supporter had ik me niet kunnen indenken bij mijn vallen en opstaan in het orgelspel. Ze stond me na een dienst een keer op te wachten onderaan de orgeltrap. Streng vroeg ze aan me: “Wanneer ga jij eens een keer in de maat spelen?” 
Samen met mijn vrouw, ging ik regelmatig bij de – zéér autonome (!) – dames op bezoek, hoewel, de term “op audiëntie” beter paste. We werden altijd allerhartelijkst ontvangen, maar als Jo opstond kon het bezoek vertrekken. Dat vonden we nooit erg want daar waren de dames ons veel te lief voor! Zonder Jo was ik nooit organist geworden, dat kan ik wel met zekerheid vaststellen. Ook nu nog speel ik, dank zij Jo, regelmatig zowel bij de PKN als in het Foreestenhuis te Hoorn bij de Doopsgezinde-Remonstrantse Gemeente. Jo Gramberg en Mien Vlasveld, een dierbare, onvergetelijke herinnering!

 

 Via de oude zeemuur van de voormalige zoute Zuiderzee en nu het zoete IJsselmeer lopen we langs het Buitenmuseum. Ook een aantal dingen uit de oude timmermanswerkplaats van mijn vader zijn hier terecht gekomen. Het Staverse Poortje behoorde ook tot de waterkering van Enkhuizen. Het is ook de toegang tot het buitenmuseum en tot de Mastenbar. Het einde van de wandeling. Waarom de Mastenbar?  Een geliefde plek voor Enkhuizers én voor wie het weet.